vrijdag, oktober 09, 2009

Google Wave: social networking 2.0

Google is met Google Wave de testfase ingegaan. De eerste 100.000 uitnodigingen zijn uitgestuurd aan ontwikkelaars, die zich in een eerder stadium aanmeldden, en hun vrienden. De grote vraag is of Google Wave succesvol zal zijn, maar ook: wat betekent zo’n produkt voor de telecomindustrie?

Om te beginnen iets over wat Google Wave is. Ten tijde van de aankondiging in mei 2009, tijdens een developers conferentie, werd een filmpje van een demo gemaakt. Dat is nu op YouTube te zien en geeft enig gevoel over wat Google Wave allemaal mogelijk maakt. In eerste instantie lijkt het erg op e-mail. Een van de ontwikkelaars presenteert het produkt dan ook onder het motto: hoe zou e-mail eruit zien als het vandaag (en niet 40 jaar geleden) werd uitgevonden?

Google Wave is een collabarotion tool, dat daardoor volledig in de traditie van Web 2.0 past. Gebruikers kunnen ermee e-mailen en een groep, een ‘wave’ aanmaken van mede-gebruikers. Daaraan kunnen voortdurend mensen worden toegevoegd. Als iemand bezig is met een bericht, zien de deelnemers real-time wat de ander aan het schrijven is, en zij kunnen daarop direct reageren. Zo lijkt Google Wave een kruising tussen e-mail en chatten (instant messaging), met dit voordeel dat je niet langdurig aankijkt tegen de boodschap dat je compagnon aan het typen is, maar dat je direct ziet wat hij schrijft. Het real-time karakter is dan ook essentieel. Overigens is het ook mogelijk om je tekst pas zichtbaar te laten worden als je klaar bent; speciaal voor mensen die zich nogal eens bedenken en hun tekst willen deleten.

Daar komt bij dat foto’s en documenten eenvoudig door ‘drag and drop’ in een wave ingevoegd kunnen worden. Vandaar dat Google Wave vooral een collaboration tool is. En daarmee heeft het ook wat weg van een social network.

Naast real-time is een andere karakteristiek essentieel voor het functioneren van het produkt: het draait eenvoudig in iedere willekeurige browser. Daarvan was de Internet Explorer van Microsoft uitgesloten, maar een speciale plug-in is door Google gebouwd, onder de naam Chrome Frame, om in deze lacune te voorzien.

Kortom, Google Wave kan misschien nog het beste omschreven worden als real-time social networking. En een mobiele variant is een kwestie van tijd. Maar kan zo'n tamelijk ingewikkeld produkt als dit succesvol zijn? Al na een dag doken enkele van de 100.000 uitgestuurde uitnodigingen op eBay op, maar de vraag is of dat een gunstig voorteken is of niet. Daarbij kom dat Wave de strijd aangaat met tal van bestaande applicaties. Zo is MSN in Nederland bijvoorbeeld nauwelijks weg te denken.

Google heeft vooral gewerkt aan de ‘scalability’ en zal met de eerste groep van 100.000 gebruikers testen of er voldoende stabiliteit in de dienst is. Het is voorts een open source product, dus ontwikkelaars wereldwijd kunnen zich ermee gaan bemoeien. Ribbit, onderdeel van BT, heeft al laten weten telefoniediensten op Wave te willen ontwikkelen.

Wat deze nieuwe dienst ook duidelijk maakt, is de grote rol van ontwikkelaars in de huidige telecomwereld. Zelfs kleine partijen als de Nederlandse aanbieders TNF (dochter van Vodafone) en Solcon hebben hun eigen ontwikkelaars in dienst. Vodafone zelf kwam onlangs met zijn nieuwe ‘unified communications’ platform Vodafone 360, dat grotendeel in-huis ontwikkeld is door een legertje van 1.000 ontwikkelaars. En natuurlijk hebben bedrijven als Google, Yahoo!, Apple en Amazon.com, aanbieders van over-the-top (OTT) diensten, grote aantallen ontwikkelaars in dienst. Een goed voorbeeld is ook Iliad, de alternatieve aanbieder op de Franse ADSL- en FTTH-markt met de merknaam Free. Ook Iliad is voortdurend bezig zich te onderscheiden van de concurrentie door nieuwe applicaties te ontwikkelen.

Ten slotte mag niet over het hoofd gezien worden dat Google Wave, indien succesvol, grote consequenties zal hebben voor het wereldwijde internet verkeer. Het gemak waarmee foto’s en andere bestanden gedeeld kunnen worden, zal consequenties hebben voor de kwaliteit en de redundantie van de verbinding van de gebruikers. De aard van het produkt roept ook Cisco’s voorspellingen in herinnering, gedaan in juni 2009, over het aantal ‘networking hours’ per dag. Door actieve en passieve multitasking neemt dit getal, volgens Cisco, toe van 36 in 2008 tot 48 in 2013.

dinsdag, juni 05, 2007

Google's ranking algorithm nader bekeken

Een must-read in de New York Times: reporter Saul Hensell mocht een dag meelopen in 'Google's inner sanctum', de 'search quality' group die verantwoordelijk is voor de kwaliteit van de zoekmachine. Ook al is Google op talloze terreinen actief, dit is en blijft het hart van de onderneming.

Google in cijfers

Google bestrijkt 112 talen, tientallen miljarden webpagina's en honderden miljoenen zoekopdrachten per dag. De zoekmachine, het 'ranking algorithm', bestaat uit duizenden vergelijkingen. De index waarin gezocht wordt is een getrouwe kopie van het internet. Veel pagina's worden tegenwoordig om de paar dagen opnieuw bekeken.

Google search quality

De leiding ligt bij Udi Manber (afkomstig van de University of Arizona, Yahoo! en Amazon search). Het ranking algorithm ligt bij een team van Amit Singhal (ex AT&T Labs). Verder zijn er teams die zich wijden aan features (zoals de snippets bij resultaten) en er is een team dat verantwoordelijk is voor de index.

Google in termen

Belangrijke termen zijn Buganizer (het systeem waardoor werknemers problemen kunnen rapporteren, soms wel 100 per dag), Debug (een intern programma dat toont hoe zoekopdrachten en pagina's geevalueerd worden) en Freshness (de verhouding tussen oudere, gerespecteerde pagina's en nieuwe content). Wat Freshness betreft: Google hanteert de grootheid QDF, query deserves freshness. Op basis van een model wordt vastgesteld wat een gebruiker wil en of het onderwerp 'hot' is.

Google's algoritme

Google hanteert ruim 200 Signals (informatiebronnen), waaronder het aloude PageRank (hoe meer links naar een pagina wijzen hoe belangrijker de pagina is). Andere Signals zijn de informatie op een pagina (bijvoorbeeld bepaalde woorden of plaatjes), de wijze waarop een pagina in de tijd verandert, het patroon in zoekopdrachten en de zoekgeschiedenis van individuen (alleen voor ingelogde Gmail-gebruikers). Op basis van de Signals construeert Google Classifiers (formules), die aangeven wat de zoeker zoekt: een product, informatie, een persoon, etc. Het eindresultaat is een relevancy score van de pagina's. Daarbij wordt nog gekeken naar de topicality (hoe verhoudt zich het onderwerp van de pagina tot de zoekopdracht?) en diversity (opdat de eerste 10 resultaten niet al te eenvormig zijn).

dinsdag, mei 22, 2007

De markt internetadvertenties

WPP en Micosoft sloten zich afgelopen week aan bij Google en Yahoo! door internetreclamebureaus te kopen. Hier een uiteenzetting over het belang.


1. Recente deals


2. De internetreclamemarkt

Er zijn grofweg drie soorten spelers te onderschieden:

  • Adverteerders. Opvallend is dat dankzij Google en Yahoo! ook minuscule bedrijfjes op internet kunnen adverteren. Denk aan de kleine tekstadvertenties bij zoekresultaten en op allerlei websites.
  • Web sites, de aanbieders van inventory (reclameruimte). Hier geldt iets soortgelijks: ook allerlei kleine sites, zoals blogs, bevatten danzkij vooral Google reclames.
  • Tussenpersonen. Dit zijn de de partijen die de adverteerders en de sites bij elkaar brengen.

Denk bij de laatste aan:

  • De genoemde Google en Yahoo!
    Tekstadvertenties: Zij bieden hun netwerk van adverteerders (100 duizenden bedrijven) een veilingsysteem waar ze zoektermen kunnen 'kopen'. De tekstadvertenties verschijnen op de zoekpagina's en op talloze partnersites die de zoekmachine op hun pagina dragen (search ads). Ook verschijnen ze talloze partnersites inclusief webblogs, waar de tekstadvertenties gematcht worden bij de inhoud ervan (contextual ads). Dit is de markt die nog altijd voor explosieve groei zorgt bij Google en waar Yahoo! met Project Panama aan een inhaalslag werkt.
    Display advertenties (banners, video, rich media, etc.). Dit is van oudsher de markt waar Yahoo! de kampioen is. De bovengenoemde deals zorgen er dan ook voor dat de concurrentie voor Yahoo! sterk toeneemt.
  • Gevestigde reclamebureaus zoals WPP en Omnicom, die traditioneel adverteerders bedienen. Geen wonder dat zij Google als gevaar zien: een (kleine) adverteerder heeft WPP helemaal niet nodig en kan via Google eenvoudig een campagne opzetten. Grotere adverteerders huren bedrijven als WPP in voor diverse aanverwante zaken: reclameruimte inkopen, campagnes ontwikkelen (het creatieve werk) en monitoren, etc.
  • De bovengenoemde overnameprooien. Dit geldt met name de markt voor display advertenties.

3. Conclusies

  • De prijzen stijgen tot grote hoogtes.
  • Meer deals zullen volgen. Andere potentiele prooien zijn allereerst het beursgenoteerde ValueClick, alhoewel hier een FTC-onderzoek loopt. Verder: Quigo, Exponential Interactive, Revenue Science, BlueLithium, Tacoda, Zedo, AdBrite en AdECN. Potentiele overnemers zijn nu vooral IAC (een groot internetbedrijf dat in het bovenstaande rijtje ontbreekt), Omnicom (een WPP-rivaal) en News Corp (dat diverse internetbedrijven heeft gekocht).
  • Microsoft lijkt de wanhoop nabij. Google fungeert als moving target: eerst zoektechnologie (inclusief de markt voor tekstadvertenties), vervolgens diverse web applicaties (met name gratis Office-achtige systemen) en nu de gehele advertentiemarkt (display).
  • Yahoo! lijkt marktaandeel te zullen verliezen, maar men moet niet vergeten dat het een heel ander bedrijf is dan Google. Yahoo! is namelijk ook een zeer druk bezochte portal, dus een aanbieder van inventory. Op de eigen pagina's blijft Yahoo! natuurlijk 'monopolist' in het bedienen van adverteerders. Overigens mag je wel hopen dat Yahooo! zijn inventory zal laten groeien (door relaunches van bestaande sites, nieuwe sites en overnames).
  • Een bod van Microsoft op Yahoo! lijkt nu minder voor de hand te liggen, tenzij Microsoft opnieuw er niet in slaagt de jongste deal tot een succes te maken. Bedenk dat Microsoft op de zoekmarkt nog steeds marktaandeel verliest, ondanks forse investeringen.
  • Google is van alle internetbedrijven het meest actief in het beproeven van offline markten. Het veilingsysteem, waarin adverteerders en eigenaren van inventory bij elkaar worden gebracht, is ook toe te passen op bijvoorbeeld tijdschriften, radio, tv, mobiel, computergames en zelfs billboards. Yahoo! beperkt zich in dit opzicht tot kranten, mobiele telefoons en navigatietools.
  • WPP noemt Google de 'frenemy' (friend/enemy) en steekt niet onder stoelen of banken dat de overname van 24/7 Real Media werd ingegeven door Google's DoubleClick deal. Enerzijds helpt Google adverteerders (die tevens klant zijn van WPP) bij het verkopen van reclameruimte, anderzijds dreigt mede hierdoor 'disintermediatie'.

woensdag, november 15, 2006

WEB SERVICES://Amazon: een virtuele virtuele winkel

Amazon.com is de grootste ‘virtuele’ winkel ter wereld. De laatst gemeten kwartaalomzet was USD 2.3 miljard. Wal-Mart is de grootste van de ‘echte’ retailers en zet per kwartaal USD 84 miljard om.

Het verschil geeft vooral aan dat er nog ruimte genoeg is voor Amazon om te groeien. Voorlopig bevestigen de cijfers dit: het jongste omzetgroeicijfer was 24%. Sterker nog, de afgelopen vier kwartalen is er zelfs sprake van versnelling.

Weinig bedrijven kunnen een dergelijke groei aan zonder de kwaliteit van de dienstverlening eronder te laten lijden. Denk aan uw plaatselijke kabelbedrijf. Amazon daarentegen kreeg het voor elkaar eerder deze maand te worden uitgeroepen tot de nummer 1 in ‘Customer Service’ door de Amerikaanse branchevereniging van detailhandelaren.

En dat betekent maar één ding: Amazon.com heeft een superieure infrastructuur. Zo superieur zelfs, dat het bedrijf ruimte ziet voor het aanbieden van diensten aan derden.

Heb je rekenkracht of opslagcapaciteit nodig voor je nieuwe internetbedrijf? Schakel Amazon in.
Wil je een webwinkel bouwen? Schakel Amazon in.
Heb je al een webwinkel maar wil je de distributie uitbesteden? Schakel Amazon in.

In financiële termen zou je kunnen zeggen dat er ‘leverage’ plaatsvindt op de bestaande infrastructuur – de meerkosten zijn verwaarloosbaar maar het levert wel inkomsten op. Een nieuwe, zij het kleine, inkomstenbron dus. Daarnaast kan Amazon op deze manier vrienden maken, want de concurrentie neemt toe. Zo ontstaat een ‘ecosysteem’ van bedrijven die samenwerken.

Maar er is nog een mogelijkheid. Amazon zou op een goed moment zijn infrastructuur (gegroepeerd onder de noemer Amazon Web Services) en diensten kunnen splitsen. Denk aan de NS, waar Pro Rail het netwerk beheert en de NS de diensten levert. Daardoor zou Amazon.com een virtuele virtuele winkel worden, die gebruikmaakt van de infrastructuur van Amazon Web Services.

maandag, november 13, 2006

WEB SERVICES://De strategie van Amazon.com

Op BusinessWeek Online een uitstekend artikel over de Web Services van Amazon.com.
Ik heb er al verschillende keren aandacht aan besteed. De markt lijkt skeptisch (beleggingstechnisch is dat vaak interessant) omdat voorlopig de omzetbijdrage verwaarloosbaar is, terwijl er wel kosten zijn. Bovendien leidt het de aandacht van het management af, zo gaat de redenering. Er is geduld nodig.
Overigens wordt ook vaak gesteld dat Amazon.com veel te duur is; het is een retailer net als Wal-Mart. Echter, Wal-Mart heeft momenteel bijna geen omzetgroei, Amazon levert double-digit. En bij die expansie zijn ze ook nog in staat te worden uitgeroepen tot '#1 in Customer Service'.

Het gaat om het beschikbaar stellen van rekenkracht, data-opslagcapaciteit, software-codes, maar ook om retaildiensten zoals het maken van een website en het verzorgen van de verzending (fulfillment). Lees verder het artikel. Hoe moet je deze web services nu zien?

  • Een potentiele nieuwe inkomstenbron.
  • Leverage op bestaande infrastructuur.
  • Een ecosysteem van partners creeren. In het artikel verschijnt de benaming 'army of allies', om gezamenlijk opkomende concurrentie het hoofd te bieden.
  • Je zou op een goed moment kunnen verdedigen dat Amazon moet splitsen, vergelijkbaar met 'structural separation' in de telecom (of bij de NS!): een netwerkbedrijf (wholesale-diensten) en een services-tak (retail). Het netwerkbedrijf heeft de infrastructuur (distributiecentra) en het servicesbedrijf heeft de website met alle toeters en bellen. Dan zou de aandacht van het management (zie boven) uiteindelijk toch nog goed besteed zijn! In het artikel is sprake van een 'digital dominant utility' (netwerk) en dat combineert mooi met de topklasse dienstverlening (zie bovengenoemde prijs). Overigens heb ik eerder gewezen op Nicholas Carrs's suggestie in deze richting (14 maart!).

donderdag, november 02, 2006

NET NEUTRALITY://No video congestion

An interesting read from Alexander Cameron on The Register.

Zakendoen op internet

Een verzameling artikelen over de wondere webwereld ofwel de weird wired world. Printen en thuis lezen.

1. It Pays to Have Pals in Silicon Valley. Onder deze titel schreef de New York Times over het netwerk van collega's die elkaar helpen bij het opzetten van een bedrijf. Ze zijn allemaal van PayPal (nu onderdeel van eBay) afkomstig. Ik tel er 13. Hun bedrijfjes: YouTube, LinkedIn, Yelp.

2. Start-Ups Hope Web Ad Boom Spreads Wealth. Dit was de kop in een Wall Street Journal artikel. Iedereen wil een graanje meepikken en een bedrijf starten gebaseerd op advertenties. Zelfs Kate Everett-Thorpe haalde geld binnen, ondanks kritisch commentaar: "In essence, it was nothing somebody else couldn't do...And she hadn't written a line of [computer] code.”

3. Web Numbers: What's Real? Essentieel voor het binnenhalen van reclamedollars is het trekken van bezoekers. Daarover zijn de grote marktonderzoekers (Nielsen//NetRatings, comScore, Alexa en HitWise) het nooit eens, zo schreef BusinessWeek Online.
De New York Times had een artikel waarin dit probleem gekoppeld wordt aan dat van click fraud. Nog altijd zijn grote adverteerders terughoudend reclamedollars toe te wijzen aan internetcampagnes, vanwege deze problemen. In de VS ging in 2005 slechts 4.7% van alle reclamegeld naar internet, terwijl de tijdsbesteding van de consument richting de 20% gaat. Eerst willen ze dat de statistieken (unique visitors, pageviews, time spent) betrouwbaar zijn en click fraud onder controle is.

4. Big Media Gets a Second Life. Ook in de BusinessWeek Online: een artikel over Second Life, een virtuele wereld. Hoe reele bedrijven actief zijn in deze virtuele wereld en hoe er echt geld verdiend wordt. Er wordt ontzettend veel over geschreven. Er zijn al bedrijven die louter op Second Life actief zijn en er echt geld verdienen.
De VS heeft besloten reele winst uit de virtuele wereld niet te belasten, maar Australie wil dat wel doen.

5. A business model VCs love. Op CNNMoney een paar wenken: zorg dat je een goed product hebt dat je blijft verbeteren, dat je premium producten kan upsellen en identificeer je mogelijke inkomstenbronnen. Sling Media, met zijn Sling Box, voldoet hieraan wat mij betreft. Dat geldt ook voor Brightcove. Dat bedrijf zit in de videowereld. En dat brengt de oude discussie naar voren: moet je in de contentbusiness zitten (want de ad business is hot, zie Google), of moet je de picks & shovels business zitten? Brightcove begon met dat laatste, maar wordt nu ook een soort YouTube.

woensdag, oktober 25, 2006

Ontwikkelingen week 42

  • Bedrijven: Google en eBay kwamen met btere dan verwachte cijfers, terwijl Yahoo! de consensus evenaarde.
  • Online advertentiemarkt VS: Google stevent af op een marktaandeel van 25% over heel 2006, terwijl Yahoo! onveranderd blijft op 18% (eMarketer).
  • Search: Google heeft opnieuw marktaandeel gewonnen (op maandbasis), ten koste van MSN en Yahoo!, aldus comScore.
  • Click fraud: volgens ClickForensics nam het aantal frauduleuze clicks in Q3 af op kwartaalbasis tot 13.8%.
  • Video sharing: Universal Music heeft Grouper (Sony) en Bolt gedaagd wegens het aanbieden van auteursrechtelijk beschermd materiaal.
  • Browsers: Microsoft introduceerde de IE7.